Meerdere malen in de week kom ik hem tegen. Altijd bij de printer. Hij lijkt maar niet te begrijpen dat hij z’n keycard nodig heeft om te printen. Elke keer doe ik ’t hem voor. Ik help graag maar ik bemerk inmiddels lichte irritatie bij mezelf op.

Ik wil me omdraaien als ik hem weer bij de printer zie staan. Net als alle andere collega’s. Ik doe ’t niet.

Ik help hem en weer is hij dankbaar. Dan zegt hij: “Ik hoor dat je op zoek bent naar een afstudeerplek.”

Hij biedt me een plek aan op z’n afdeling. Ik ben verrast door ’t aanbod & roep:

“GRAAG!”

Gevolgd door een licht beschaamde: “Wie ben je eigenlijk?”
(Ik realiseer me dat ik geen idee heb wie ik voor me heb)

Hij stelt zichzelf voor als de Vice-President Marketing van ’t bedrijf.

Twee maanden later lever ik m’n scriptie in en studeer ik af aan de faculteit Bedrijfskunde van de Erasmus Universiteit.

Op m’n laatste stagedag biedt hij me een baan aan. Ik mag zelf bepalen wat ik wil doen en welke functietitel ik passend vind.

Hij wordt mijn eerste manager. Daar bij die printer (17 jaar geleden) is mn eerste job tot stand gekomen.

Zo zie je maar:

  • Je weet nooit waar een kans vandaan komt
  • Oordeel niet, maar probeer te helpen, elke dag.